Hoofdpagina

 

 

Vleeshal en Biggenmarkt

In 1385 werd melding gemaakt van een aan de Markt gelegen vleeshuis. Dit was een gebouw waar geslachte dieren verkocht werden. Waarschijnlijk werden die dieren er ook geslacht, hetgeen af te leiden valt uit het feit dat de stad accijns (indirecte belasting) hief over “ter bank geslagen dieren”. De benaming “ter bank” is afgeleid van “vleesbank” (“vleysgebanck”). Dit was de vaste plek die de slagers, toen “vleyshouwers” geheten, in het vleeshuis innamen. Om die reden woonden al omstreeks 1400 veel slagers zelf op, of in de nabijheid (Koolstraat) van, de Markt. Het vleeshuis was eigendom van de stad. De slagers betaalden een cijns (soort belasting) voor hun plek in het vleeshuis. Die plek was vaak overerfelijk. Bij de grote stadsbrand van 1554 ging ook het vleeshuis in vlammen op. De kelder van dit gebouw, tegenwoordig gelegen aan de Marktzijde onder het stadhuiscomplex, bleef toen intact en behoort daarom tot de alleroudste kelders van de stad. Omdat de stad niet de financiële middelen had om al haar eigendommen te herbouwen, mochten de neringdoenden (“eerbarenkoupluydenind kremeren”) op de opengevallen plaats zelf een “dapper steynen huys” bouwen. Dit onder het beding dat de ruimte op de begane grond als vleeshuis in gebruik zou blijven. De stad had hier zelf ook belang bij omdat de aldaar geheven vleesaccijns een vaste inkomstenbron was. Het aantal vleesbanken heeft in de loop van de jaren nogal gevarieerd. In 1570 was sprake van 12 banken maar in 1899 waren dat er 60. In de loop van de tijd veranderde de naam “vleeshuis” in “vleeshal”.



Na een grondige renovatie in 1927 heeft de vleeshal nog dienst gedaan tot het oorlogsjaar 1942. Tijdens de oorlogsjaren werden i.v.m. schaarste de levensmiddelen, en dus ook vlees, door de overheid verdeeld door middel van zogeheten distributiebonnen. Hierdoor verloor de vleeshal z’n betekenis aangezien er geen vlees meer vrij gekocht kon worden.
Na 1953 heeft de bovenverdieping van de vleeshal nog een 10-tal jaren dienst gedaan als gemeentearchief. Daarna diende de vleeshal slechts als toegangspoort naar de gemeentesecretarie, die toen gelegen was aan de Biggenmarkt.
De Biggenmarkt, gelegen dus aan de achterzijde van de vleeshal, was tot voor enkele jaren vóór de Tweede Wereldoorlog de plaats waar handel in biggen gedreven werd. Er stonden ook enkele zeer kleine huisjes, maar die zijn omstreeks 1960 afgebroken. Ten tijde van dit schrijven (2012) wordt de Biggenmarkt gebruikt als dienstingang van het stadhuis en (overdag) als doorgang tussen Markt en Jesuïtenstraat.

Bronnen;
J. Linssen, Roermond rond 1400, in “Publications”, 1965
G. van Bree e.a., Straatnamen van Roermond, 2004
G. van Bree e.a., Het stadhuis van Roermond, 1983