Hoofdpagina

 


 

 

De Roetsjbaan/Tobogan (etc.) van J.H. Kunkels

Bijdrage van: Ruud Lamboo

In de stamboom van “Kunkels” (rond 1980) vinden we op blz. 269 de volgende tekst:

Rond 1905 verscheen Johannes Hubertus Kunkels op de kermissen met een eigen bedrijf, de zgn. Tobogan of roetsjbaan, waarvan de herinnering is bewaard gebleven d.m.v. een liedje, dat in 1977 op een grammofoonplaat werd opgenomen.
Bekend is ook het Kunkels-orgel, dat vroeger aan de familie Kunkels toebehoorde. Het is een juweel van een kermisorgel, dat thans prachtig is gerestaureerd en met ere de naam van de familie in herinnering houdt.

KUNKELS ROETSJBAAN

Dae neet Sjang Kunkels zien tent haet bezòch,
neet ins geroetsj haet van hoog oet de lòch,
dae geit ’t sjoonste van de vastelaovend
en auch ’t leukste plezeer langs de naas.
Löstig en heerlik klink monter en vreugde
ròndjòm ’t orgelmeziek.

Kòm, laet òs ins roetsje,
Lekker nao ònger toe floetsje,
blief toch neet boete sjtaon moetsje,
’t geit toch zo plezant.

Bekijken we de standplaatsen van de Kermis in 1905, dan komen we de naam Kunkels nog niet tegen. Echter in 1906 vinden we op de lijst “Verpachting standplaatsen op de Markt met de vastenavond 1906” de naam J. Kunkels terug, met de tobogan. Aldus opgemaakt 26 febr. 1906. Bedrag bij inschrijving was fl. 41,-. Zie hieronder de complete lijst.

Op de Kermis van 10, 11, en 12 februari 1907 staat Kunkels weer met z’n Tobogan op de Markt. Als oppervlakte staat vermeld: 144 vierkante meter. Dit is voor een “roetsjbaan”
een beperkte oppervlakte. Maar de “roetsjbaan” van Kunkels was geen gewone glijbaan.
De constructie had iets weg van een naar beneden steeds groter wordende spiraal.
Vandaar dat met een beperkt oppervlak, toch vrij lang “geroetsjt” kon worden.
Tot 1917 vond ik de aanvragen betreffende de tobogan terug. Of hij na 1916 met z’n “roetsjbaan” naar elders vertrokken is, of dat de tobogan versleten was is me onbekend.
Wel vraagt hij in 1918 toestemming om een carrousel te mogen opslaan.

In het boekje “Kermis in Nederland” uit de serie “neerlands volksleven” vinden we onder het hoofdstuk “DE KERMIS IN WORMERVEER” het volgende:
“Verder stond hier wel eens een Hippodroom, waarschijnlijk van Ahrends, een Parijzerketel
ook wel Heksenketel of Tobogan genaamd.”

Nu bevindt zich op de Markt een Heksenketel, maar of deze naar de tobogan van Kunkels is benoemd? En zijn het de heksen geweest, die als eerste in de “ketel” van Kunkels durfden. Wie zal het zeggen. Volgens de overlevering was een voorouder van Kunkels bokkenrijder.


Johannes Hubertus Kunkels en zijn voorouders

Hij was de jongste uit een 13 kinderen tellend gezin, die in verschillende plaatsen in Nederland werden geboren. (Utrecht; Weert; Leiden; Schiedam; Arnhem, en Roermond)
Hij werd 17 april 1876 te Roermond geboren. Zijn ouders waren: Mathijs Joseph Kunkels
(straatmuzikant, orgeldraaier, kramer, kermisexploitant, carrouselhouder) geboren 11-3-1831 te Nieuwenhagen, en Anna Maria Janssen geboren 26-4-1834 te Weert.
De grootouders van J.H. Kunkels waren Johannes Kunkels (marskramer) en Maria Cath. Haan.
Zowel zijn vader en grootvader zaten reeds in het vak. Zijn overgrootvader was landbouwer.
De landbouwer Joannes werd te Heerlen op 6 april 1760 geboren, terwijl zijn zoon (de marskramer Johannes op 4 januari 1804 te Nieuwenhagen werd geboren.

Op de dag dat de gemeente architect de verpachtingen der standplaatsen opmaakte (26-2-1906) met de tobogan als nieuwe attractie, trouwde hij te Roermond met Maria Catharina Hubertina van Bergen geboren 10 november 1882. Ook een heel bekende kermisfamilie.
(zie artikel P. Tummers in de “Spiegel van Roermond” anno 2000 blz. 25 “Roermondse kermis en kermisadel”)
Het gezin Kunkels/Van Bergen kreeg 9 kinderen.
Na het overlijden van zijn vrouw H. van Bergen (30-9-1934) hertrouwde hij 28-10-1936 met B.W. Westerveld welke 13-12-1946 te Roermond overleed. Als laatste trouwde hij 9-9-1947 te Maasniel met A.M.J. Hendrikx weduwe van C.J.H. Beaumont.
Johannes Hubertus Kunkels stierf 16 april 1949.

Als we vluchtig even wat archiefstukjes doornemen, dan zien we dat J. Kunkels in 1926 een Auto-drôme heeft. In 1928 wordt een aanvraag ingediend voor een standplaats van de nieuwe danssalon. (22-10-1928 ging een gedeelte van de nieuwe danssalon; een autocarrousel, en de vliegmolen in vlammen op)
In 1930 een danssalon en een Autocarrousel, en in 1933 een Auto-Skooter, en een Auto- carrousel (Nurburg ring). De laatste 2 attracties zijn verschillend, want ze staan beide op dezelfde kermis welke in juni 1933 gehouden werd.

In een brief van 3 december 1931 schrijft J. Kunkels aan B & W van Gemert het volgende:

Weled Heeren,
Bij dezen ben ik zoo vrij mijn tot Uw Edel te wenden, met een beleefd verzoek, een standplaats van Uw te verkrijgen op de a.s. kermis in 1932,
voor te plaatsen een Auto-skooter groot 31 meter front en 14 meter diep, (het succes van de Wereld Tentoonstelling te Antwerpen in 1930)
Een dancing groot 18 meter front en 28 meter diep, pracht zaak, eenig in Europa.
Hoopende een gunstig antwoord van Uw Edel tegemoet te zien, teken ik Hoogachtend
Uw, Dw, Dn
J. Kunkels
Roermond

“Het succes van de Wereld Tentoonstelling te Antwerpen in 1930”
Dancing; pracht zaak, en enig in Europa! En onze Roetsjbaan dan?

Véél dank ben ik verschuldigd aan Ruud Kunkels (een zoon van J.H. Kunkels) die de
gegevens aanreikte, waarvan ik hier dankbaar gebruik heb kunnen maken.