De Kaart

 

 

De Galgenberg was dé executieplaats van Roermond.

 

Inleiding
De Galgenberg is niet zomaar een berg: het is een berg met een roemrucht, en een luguber verleden.
De Galgenberg was dé executieplaats van Roermond.
Vele mensen zijn hier schuldig, maar ook onschuldig, ter dood gebracht.

Het ontstaan van de Galgenberg

Al in de vroege middeleeuwen, voor het jaar 1410 werden op de Galgenberg doodvonnissen voltrokken.
Het was in de Middeleeuwen de gewoonte dat executies plaats vonden aan de grens van een gemeente, bij voorkeur nabij een belangrijke weg.

De ligging van de Galgenberg

De Galgenberg lag aan de Gelderse kant van de grens tussen de hertogdommen Gelre en Gulick. De weg die thans nog aanwezig is ten zuidoosten van de berg, vormde de scheiding tussen de hertogdommen Gelre en Gulick; vandaar de benaming Scheidingsweg.
Ook lag de Galgenberg aan twee belangrijke wegen, nl.. aan de weg naar de belangrijke middeleeuwse stad Keulen en de weg naar Heinsberg.
Op oude kaarten is nog te zien dat de weg vanaf de stad Roermond zich ter plaatse van de Galgenberg splitste in de huidige Herkenbosscherweg (die vroeger overging in de Keulse-baan) en de Heinsbergerweg.
De locatie van de Galgenberg aan de rand van het Roermondse grondgebied, langs twee belangrijke invalswegen, was niet toevallig gekozen.

De vreemdelingen die vanuit Keulen of Heinsberg de stad inkwamen, wisten wanneer ze de Galgenberg gepasseerd waren gelijk wat hun te wachten stond als ze zich in de stad niet gedeisd hielden.
Het was immers de gewoonte dat de lijken na de executie nog geruime tijd aan de galg bleven hangen: "ter leering en vermaeck".
Dat de veroordeelden na hun executie geruime tijd aan de galg bleven hangen blijkt eveneens uit een archiefstuk daterende uit 1724, waarin wordt gesproken over "de Kitsenberg omtrent de Kapelle in 't Zand" (kitsen = lijken in vérgaande staat van ontbinding).

Oorsprong van het "Oude kerkhof" en de "Kapel in 't Zand"

Na geruime tijd te zijn tentoongesteld, werden de "kitsen" vervolgens begraven "op den hooge kerckhoff", ten noorden van de Galgenberg. De misdadigers moesten immers worden begraven in de duisternis, op een plaats waar de zon nooit kwam. Aan de noordzijde van de Galgenberg kwam geen zon.
Ook werd vlak nabij de Galgenberg reeds voor 1785 een joodse begraafplaats gesticht.
De joden, die door de eeuwen heen altijd zijn vervolgd en of getiranniseerd, hadden de gewoonte om hun overledenen te begraven op afschrikwekkende locaties.
Door de overledenen te begraven nabij de Galgenberg hoopten ze dat de graven van de overledenen met rust werden gelaten. De aanwezigheid van de joodse begraafplaats en "criminele" begraafplaats ten noorden van de Galgenberg heeft in 1785 ertoe geleid dat de stad Roermond als een van de eersten in Nederland een begraafplaats buiten de stad oprichtte: het "Oude Kerkhof": ontstaan vanwege de aanwezigheid van de Galgenberg nabij deze locatie.
De Galgenberg vormt wellicht ook de oorsprong van de huidige bedevaartskerk "Kapel in 't Zand". In 1418 werd nl.. in opdracht van het stadsbestuur op de plek van de huidige kerk een kleine kapel gebouwd. Was het misschien uit schuldgevoel dat het stadsbestuur opdracht gaf tot het bouwen van deze kapel vlak bij de Galgenberg?
Een kapel die, nadat in 1435 hier in een put een mariabeeldje werd gevonden, uitgroeide tot een belangrijk bedevaartsoord.
Rondom de bedevaartskerk ontstond vervolgens langzamerhand de nederzettingsstructuur van de wijk Kapel in 't Zand.

Volksvermaeck

Elke terechtstelling was een schouwspel waarvoor heel Roermond uitliep. Een schouwspel dat de sleur van alle dag doorbrak in deze saaie tijden zonder radio of televisie. En het volk genoot...........
Het volk genoot met name van de heksenverbrandingen, ware schouwspelen bestaande uit geschreeuw, gejammer en geklaag en waarbij vermeende heksen "hun boos leven eindigden door levendig tot polver te worden gebrant".
Vooral het jaar 1613 was een bijzonder vermakelijk jaar; In dit jaar werden op de Galgenberg maar liefst 64 vrouwen verbrand.

Ontstaan heksenvervolging

De heksenvervolgingen zijn te verklaren tegen de achtergrond van de heksenwaan die tussen 1400 en 1700 in Europa heerste.
Heksenwaan ontstaan vanuit bijgeloof en crisis-situaties zoals mislukte oogsten in combinatie met de grote bevolkingsgroei, de economische malaise en vreselijke ziekten zoals de pest.

In de eerste dertien eeuwen van onze jaartelling werd hekserij beschouwd als een vorm van onschuldige tovenarij, waarbij de mens de natuurverschijnselen probeerde te controleren.
In het midden van de veertiende eeuw veranderende die betekenis radicaal. Hekserij werd plots gezien als zwarte kunst.
De heksenleer vond zijn grondslag in het bijgeloof dat heksen een nieuwe sekte vormden die in het geheim een verbond met de duivel hadden gesloten en samenspanden tegen mens, dier en de kerk; hetgeen werd aangemerkt als ketterij.
De reden dat met name vrouwen het slachtoffer werden van de heksenwaan had te maken met de macht die vrouwen hadden ten aanzien van sex en voortplanting.

Heksenhamer

Het waren met name de twee Duitse Dominicaner monniken Heinrich Kramer en Jakob Sprenger die paus Innocentius VIII in 1484 overhaalden om een pauselijke decreet uit te vaardigen, die de inquisitie machtigde om de hekserij uit te roeien.
Door deze twee monniken, zelf inquisiteurs, werd in 1487 een handboek voor de heksenvervolging geschreven: de "Malleus Maleficarum" of "Heksenhamer".
In de Heksenhamer stond exact omschreven hoe een heks kon worden herkend, hoe de heks moest worden gearresteerd, verhoord en gemaskerd ter dood moest worden gebracht.

Verhoor en foltering

Voor het verhoor hadden de schrijvers van de Heksenhamer een groot aantal, uit hun levendige -maar vooral seksuele- fantasieën ontsproten, vragen op papier gezet. Hierbij werd gesuggereerd dat de heksensabbats en de duivelverering gepaard gingen met veel erotiek, bestaande uit orgiastische feesten, naakte danspartijen het en het copuleren met de duivel.
Het verhoor van de heks ging eveneens gepaard met folteringen, zoals duimschroeven, de pijnbank en roodgloeiende tangen. Folteringen die eerst stopten als de bekentenis was afgedwongen, die voor de veroordeling nodig was.
Vaak was de door foltering verkregen bekentenis het enige bewijs van schuld dat kon worden geleverd. Ook hadden de folteringen tot doel zoveel mogelijk namen te verzamelen om zodoende nog meer heksen op het spoor te komen.

Bewijs voor Hekserij

Op zoek naar bewijs voor hekserij werden ook verscheidene proeven of beproevingen gedaan.
Een van deze proeven was het zwemmen of duiken.
Men was in de veronderstelling dat een heks bleef drijven als ze in het water werd gegooid. Het water zou immers de dienaren van de satan afstoten omdat deze ook het doopwater had afgewezen.
Bij het duiken werden de vermeende heksen kruiselings gebonden, waarbij de rechterduim aan de linker grote teen werd vastgebonden. Op deze manier bleven een verbluffend aantal heksen drijven, hetgeen te verklaren was vanwege de opwaartse kracht van het water.
Degenen die zonken waren onschuldig. Naar alle waarschijnlijkheid zijn de meesten van hen op deze wijze verdronken.

Steekproef

Een andere toegepaste methode was het zoeken naar heksen- of duivelstekens.
Heksentekens waren kleine uitstulpingen op de huid, zoals bijvoorbeeld een wrat; deze uitstulpingen waren in de ogen van de heksenjagers tepels waarmee de heks haar geleide-demonen (zoals een zwarte kat) zoogde. Duivelstekens waren tekens die de nieuwe heksen bij hun inwijding kregen; dit kon een geboortevlek, litteken of moedervlek zijn. Heksenjagers wilden zich maar wat graag van de aanwezigheid van deze tekens overtuigen.
Zo werden, bij voorkeur jonge, vrouwen geheel ontkleed in de rechtszaal of op het openbaar schavot onderzocht op verraderlijke tekens.
Om het onderzoek naar de tekens te vergemakkelijken werden de vrouwen vooraf kaal geschoren. Voor het opsporen van de duivelstekens werd de steekproef gebruikt. De vlekken of littekens werden met een scherp voorwerp bewerkt.
Als uit de "duivelstekens" geen bloed kwam of wanneer de heks geen pijn voelde, werd dit als bewijs bij de ten lastenlegging gebruikt.

In de heksenwaag o.a. te Oudewater probeerde een heks haar onschuld aantonen door zichzelf te laten wegen. Een heks werd vrijgesproken indien haar gewicht in overeenstemming was met de afmetingen van haar lichaam.

De berechtiging

Nadat het bewijs van schuld was geleverd werd de heks berecht. Advocaten kwamen aan een dergelijke rechtszitting niet te pas. Degene die het opnam voor een heks was zelf immers een ketter.

De terechtstelling

Hierna volgde de terechtstelling.
De meeste heksen "eindigden hun boos leven door levendig tot polver te worden gebrant".
De vrouwen werden hiertoe gemaskerd op een ladder gebonden en levend op de brandstapel geplaatst en verbrand.
Soms, als de beschuldigden meewerkten aan de vele verhoren en zonder veel foltering zelf schuld bekenden, volgde een mildere straf: de veroordeelden werden dan gewurgd voordat het vuur ontstoken werd.
De meest bekende "heks" die op de brandstapel werd geplaatst was Jeanne d'Arc. Zij had de Fransen, geïnspireerd door goddelijke stemmen, in de honderdjarige oorlog tegen de Engelsen tot een overwinning geleid. Nadat ze in 1431 door de Engelsen bij de belegering van Orléans gevangen was genomen werd zij beschuldigd van toverij en ketterij.
Op deze wijze zijn vele tienduizenden zo niet honderdduizenden onschuldige vrouwen als slachtoffer van de heksenvervolging op de brandstapel ter dood gebracht.
Aan vele beschuldigingen van hekserij lagen echter slechts roddels en laster ten grondslag, veelal voortgekomen uit jaloezie.

Einde heksenvervolging


De Noordelijke Nederlanden was in 1610 het eerste land in Europa waar, bij besluit van het Hof van Holland, de gerechtelijke heksenvervolging ophield.
De zuidelijke Nederlanden stonden in die tijd nog onder Spaans-Habsburgs bewind. In dit deel van Nederland, maar ook in een andere delen van Europa, heeft de heksenwaan nog lange tijd door gewoed.


Laatse en meest massale heksenproces in de Nederlandse geschiedenis


In het najaar van 1613 vond op de Galgenberg het laatste en meest massale heksenproces in de Nederlandse geschiedenis plaats.
In dat jaar werden op de Galgenberg niet minder dan 64 heksen terechtgesteld, elke dag twee, "beginnende den 24 september 1613". "De wijze magistraat ordonneerde alle dage twee te branden totte leste toe, 't welc zo geschiede".
Tot 1800 hebben op de Galgenberg executies plaats gevonden.
Na die tijd heeft de nederzetting rondom de Galgenberg zich verder ontwikkeld en is de berg voor een deel afgegraven en bebouwd.

Cultuur-historisch erfgoed

Alhoewel door de afgraving en de ontwikkeling van de nederzettingsstructuur reeds een deel van de Galgenberg verloren is gegaan, moet het gebied nog altijd worden beschouwd als een waardevol historisch-geografisch element.
Mede vanwege de gruweldaden die zich op de berg hebben voltrokken en de sociaal-culturele aspecten hieromtrent, is de Galgenberg is niet alleen van waarde voor Roermond, doch wellicht zelfs van nationaal belang.


COLOFON

"de Heksverbrandingen op de Galgenberg"
is uitgegeven door Comité Galgenberg
ter gelegenheid van
Open Monumentendag 1997

samenstelling:
H.J. van der Borgh

Comité Galgenberg is opgericht in 1979 met als doel het behoud van de cultuur-historische waarde van de Galgenberg en de bevordering van de folklore en leefbaarheid in de wijk "Kapel in 't Zand" te Roermond.

SECRETARIAAT: Heinsbergerweg 51, 6045 CC Roermond

Zie ook het artikel uit dagblad De Limburger 14-04-2007